Fragmenten
Dame Blanche
Vervolg
"Op mijn bruiloft kwamen zo'n zeshonderd mensen, een normaal aantal, zelfs wat aan de bescheiden kant voor Hindoestaanse bruiloften. Duizend tot vijftienhonderd is tegenwoordig ook niet zo vreemd meer. Stel je voor dat je de neef van de buurman van je beste vriend niet zou uitnodigen...."
" 'Je ziet er goed uit, papa', zegt ze bijna bedeesd. 'Ja kind', lieg ik terug, 'ik voel me ook goed'. Ze blijft niet lang. Wanneer ze na een halfuurtje weggaat, ook weer zonder me aan te raken, knik ik en kijk naar de grond. Ik wil mijn kind niet uit mijn leven zien vertrekken.
's Nachts wil de slaap niet komen. Mijn borst doet pijn. Ik snak naar adem. Met moeite stap ik uit bed en loop heen en weer.
'Gaat het pa', hoor ik.
'Ja jongen', antwoord ik met een stem die van zó ver schijnt te komen, zó vreemd klinkt.
Het is 2 november. Een frisse, zonnige dag. Op deze zelfde dag verloor ik mijn kleinzoon Ravi. Tegenwoordig komen de tranen in mijn ogen bij elke gedachte, bij elke herinnering. Ravindre geeft me een zakdoek en een zachte klop op wat eens mijn dijbeen was, maar nu een paar botten is verhuld door een slobberende broek.
'Jij en je broer erven het huis in Suriname', zeg ik tegen hem.
'Ach ouwe, hoe kom je daar nu ineens op', wuift hij het erfenisgesprek weg.
'Nee, dat is mijn wens. Jullie weten het, maar laat het nog eens gezegd zijn. Indrani weet het. Ik heb, toen ik een paar weken geleden dacht dat mijn laatste uur had geslagen, in een boek van Indrani opgeschreven dat jij en je broer het eigendom moeten erven.'We komen aan bij mijn derde dochter. Ze is ook al zo voorzichtig. We eten wat, dan ga ik rusten in haar logeerkamer. Ik word erg gauw moe. Wanneer ik wakker word, trek ik het harmonium naar mij toe en speel.
'Zindagi dene wale soen, teri dunya se dil bhar gaya. Mai yahan jite jie margaya'. Ik kan het niet helpen. Ook toen ik een tijdje geleden aan de piano zat bij Indrani, kwam dit lied automatisch uit mijn mond en vingers: 'jij die het leven schenkt, luister. Ik ben jouw wereld beu. Ik ben hier een levende dode geworden'.
Ze liep snel naar de keuken om thee te zetten. Nu hoor ik in de andere kamer haar jongere zuster snikken. Ik kan het niet helpen, kinderen. Het einde is nabij.
Het is alweer donker, pas zes uur, maar stikdonker. We gaan weg. Ik pak mijn wandelstok, zet mijn strohoed op en zwaai naar mijn kinderen. Ze weten, ik loop nu hun leven uit.
In de auto zet Ravindre een muziekje op. Plots is mijn stem weer helder, vol volume. Ik zing mee met een bhajan. De devote klanken brengen me naar waar ik straks zijn zal, naar het huis van Vishnu, die elk verdriet kent. Ik zie tranen druppelen op de schoot van mijn jongen, terwijl hij zogenaamd doodkalm het stuur vasthoudt.
Mijn jongen tilt me uit de auto en draagt me nu de trappen op. Mijn schoondochter doet de deur open. Hij zet me voorzichtig op mijn benen, dan zucht ik. Ik voel mij gewichtloos worden terwijl mijn jongen mij in zijn armen opvangt. Hij legt mij voorzichtig op de grond en blaast lucht in mijn mond, terwijl hij mijn borst masseert. Laat maar lieve zoon. Dit is de mooiste dood die een vader zich kan wensen."