Biografie
Mala Kishoendajal (1959, Paramaribo) emigreerde in 1968 met haar ouders naar Nederland. Zij kwam uit een Suriname waarin de Hindostanen, ook haar grootouders, nog alle sporen van India, hun thuisland, droegen in hun –rurale- stijl van leven.
Mala Kishoendajal als
driejarig meisje in Suriname.Zij kwam in een Nederland waar kleurlingen op de vingers van een hand te tellen waren.
Zij zag haar drie ‘thuis’landen India, Suriname en Nederland, eerst gestaag en daarna genadeloos snel veranderen. De verwarringen die dat met zich meebracht, probeerde ze een plek te geven in haar autobiografische werk Dame Blanche (2001) en de klokkenluiderroman Het Boegbeeld (2002, Uitgeverij In de Knipscheer).De derde, semihistorische roman, getiteld De Naamloze Avonturiers (DNA) (verwacht 2012), voert terug naar de periode waarin de eerste Indiase arbeidscontractanten officieel uit India naar Suriname vertrokken. 1873.
Met het voornemen een historische roman te schrijven, begon ze te zoeken naar de namen van de eerste reizigers op het schip Lalla Rookh.
‘Tot mijn grote verrassing bleken onder de eerste lichting ‘kantraki’s’ mijn eigen betovergrootouders – de grootouders van mijn vader’s moeder- te zitten.‘Peeaaree Heerun en Masapeb Mohesh. Hun kleindochter, mijn grootmoeder, trouwde met Daroga Kishundyal, de –aangenomen– zoon van Kishundyal Sukhur. Mijn naamgever bleek een eigenaardig cv achtergelaten te hebben. Niet lang na zijn komst naar Suriname zat hij een gevangenisstraf van zes jaar uit wegens doodslag. Zijn dwangarbeid werd verricht in de contreien waar plantagedirecteur James Mavor door woeste contractarbeiders werd afgeslacht. Dat gebeurde in het jaar dat mijn overgrootvader zou vrijkomen.